Bronverhaal: Bert van den Berg.

BOERENLEENBANK - RAIFFEISENBANK - RABOBANK

,,HAULERWIJK-WASKEMEER''

Kort na de eeuwwisseling wil men via Veren. "Vooruitgang" reeds komen tot oprichting van een Boerenleenbank. Men beraadslaagt in 1907 en 1908 nogmaals in alle ernst. Er wordt een commissie afgezonden. Er wordt een spreker ontboden en een aparte vergadering belegd, maar er is te weinig belangstelling. De hoofden van de scholen die men in het bestuur wil aantrekken vanwege hun "rekenkunde" bedanken daarvoor. De tijd is er schijnbaar nog niet rijp voor.

Maar de zevende maart 1918, compareerden in de herberg van L. Kok te Haulerwijk voor notaris Kornelis Bakker, notaris in het arrondissement Heerenveen, met als standplaats Oosterwolde en de getuigen G. W. Melis, bakker en oproeper en notarisklerk J. H. Jonkman, de heren

  1. Harm Thomas van Ek, hoofd der Chr. School;
  2. Tjibbe Markus van den Berg, timmerman;
  3. Wierd Ritsema, van boerenbedrijf;
  4. Alle van der Wal, schilder;
  5. Lambertus Kok, herbergier;
  6. Sijtse Haukes, brievengaarder en
  7. Sikke Wijtzes van der Mei, bakker, allen wonende te Haulerwijk, die verklaarden te willen oprichten de "Coöperatieve Boerenleenbank, gevestigd te Haulerwijk, gemeente Ooststellingwerf", met als doel, verbetering van het landbouwbedrijf. Zij tracht dit doel te bereiken door krediet te geven aan hare leden; het rentegevend veilig beleggen van de bij haar gedeponeerde gelden.

Op de Statuten wordt Koninklijke goedkeuring verkregen volgens de Staatscourant der Nederlanden van 23 april 1918, no. 94.

Door de bovenstaande voorlopige commissie werd de eerste Algemene vergadering der Coöp. Boerenleenbank te Haulerwijk gehouden in logement Kok onder voorzitterschap van H. T. van Ek. Hij deelde de vergadering mee dat in de "Ooststellingwerver" afkondiging is gedaan, dat de Kantonrechter het leden register heeft gewaarmerkt, dat 28 leden zijn toegetreden en het inleggeld à f 1,-- hebben gestort.

 

 

 

 

Dit was het eerste bestuur van de op 7 maart 1918 opgerichte Coöperatieve Boerenleen­ bank te Haulerwijk
Dit was het eerste bestuur van de op 7 maart 1918 opgerichte Coöperatieve Boerenleen­ bank te Haulerwijk
Dit was het eerste bestuur van de op 7 maart 1918 opgerichte Coöperatieve Boerenleen­ bank te Haulerwijk

Dit was het eerste bestuur van de op 7 maart 1918 opgerichte Coöperatieve Boerenleen­ bank te Haulerwijk en gekozen op de eerste Alg. vergadering van 22 juni 1918.
Alle zeer bekende mannen uit die tijd.
Staande van links naar rechts: logementhouder L. Kok, hoofd der school te boven J. Jongebloed, van boerenbedrijf W. Ritsema, schilder Alle van der Wal (kassier) en postkantoorhouder S. Houkes. Voorste rij zittend: hoofd der school te beneden J. Bokkens (voorzitter Bestuur), Tj. M. van den Berg timmerman-aannemer, meester Wijtse S. van der Mei en het hoofd der school met de Bijbel te midden, H. Th. van Ek (voorzitter Raad van Toezicht).

De bestuursverkiezing voor Bestuur en Raad van Toezicht had de volgende uitslag: (zie ook hierboven) S. Haukes, L. Kok, W. Ritsema en verder J. Jongebloed (hoofd der O.L.S.) en J. Bokkens (hoofd der O.L.S. te Beneden) en verder Tj. v.d. Berg, H.T. van Ek en W. S. v.d. Mei (onderwijzer). De voorlopige commissie had na veel moeizame arbeid haar tijd gehad. Als plaatsvervangers werden gekozen:

  1. de Jong en D. Geertsema.

Er wordt besloten tot de aanschaf van een brandkast over te gaan en als kassier werd benoemd Alle van der Wal (schilder) met een jaarsalaris van f50,-- of ten hoogste f75,-- Op deze eerste Algemene vergadering gehouden op 22 juni 1918 werd naast de Statuten ook een Huishoudelijk en een Financieel Reglement vastgesteld waaruit blijkt dat de rentevoet voor inlagen zou bedragen 3% en die voor voorschotten 4½%. De eerste kinderjaren waren moeilijk. Kinderziekten zijn lastig. Het eerste jaar 1918 bracht dan ook geen winst. Op 1 jan. 1919, dus een half jaar na de oprichting was er ingelegd 19.688,28, maar er was aa onkosten betaald 1500,--, zodat er nog aanwezig was 18.188,28.

In 1919 was er een inlage van 133.816,51 en een winst van 117,70. Men spaarde wel, maar leningen opnemen was er niet bij. Dat was in 1919 slechts 1 maal gebeurd. Het doel der Coöp. Boerenleenbank was verbetering van het landbouwbedrijf door het verlenen van krediet aan de leden, maar deze vroegen geen voorschotten. Het bestuur had verwacht een heuse LEENBANK te worden en het werd een SPAARBANK en was eigenlijk teleurgesteld.

Meester Jan Bokkens is de eerste voorzitter en kwam evénals de kassier Alle van der Wal van ˶Beneden", zodat ze elkaar in noodgevallen prima konden bijstaan. Meester Johannes Jongebloed is de secretaris en woonde ˶Boven".

De gedachte om een voorschot te vragen bij de Coöp. Boerenleenbank wilde er eerst niet in. De data 1 mei en 1 nov. waren voor de boeren data waarop de gedachten zich het gehele jaar concentreerden vanwege de rente en pacht die betaald moesten worden. Hulp bij de bank vragen, daarvoor was men in die jaren te conservatief aangelegd, want men meende dat het bankbestuur uit eigen dorp van de financiële nood niets mocht weten. Het was traditie de notaris, deurwaarder, zaakwaarnemer of crediet-boelgoed te hulp te roepen. Dat kostte velen extra geld, diepe kniebuigingen en vele teleurstellingen. Die mentaliteit werkte de eerste jaren de bank wel tegen. In 1921 overleed Tj. M. van den Berg, lid van de Raad van Toezicht en zijn opvolger werd het plaatsvervangende lid Diemer Geertsema (schilder) en voor hem in de plaats kwam Hendrik Marten ten Hoor (boer).

De bank die zitting hield ten huize van de kassier te Beneden-Haulerwijk, was geopend elke woensdagavond van 6 tot 8 uur. Het salaris van de kassier werd ondertussen met algemene stemmen verhoogd tot 400,-- per jaar.

Door de grotere omvang der taken bleek de brandkast veel te klein en werd van de vertrekkende notaris Bakker uit Oosterwolde voor de billijke prijs van f225,­- de brandkast aangekocht en de oude verkocht voor f70,--.

In 1923 was het aantal leden gestegen tot 162 en het salaris van de kassier verhoogd tot 550,-- plus 50,-- als tegemoetkoming voor kantoorhuur, licht en brandstof. Vanaf die tijd houdt de kassier dan zitting op de 2e en 4e zaterdag van iedere maand van 2e tot 4 uur in "logement Kok". De rapporten na de jaarlijkse inspectie door de Centrale Bank ademden steeds grote tevredenheid, daar de Haulerwijkster Boerenleenbank in bloeiende toestand verkeerde. Ondertussen was in 1922 Markus Tjibbes van den Berg met 52 van de 60 stemmen toegetreden tot het bestuur. De bank had in 1923 een winst gemaakt van 947.78 en deze toegevoegd aan het Reservefonds, hetwelk zodoende gestegen was tot 2357.38.

Naar aanleiding van het 10 jarig bestaan in 1928 werden de 67 aanwezige leden op de Alg. Vergadering een vrije consumptie en een extra sigaar aangeboden.

In 1931 werd de gezamenlijke vergoeding van Bestuur en Raad van Toezicht verhoogd tot 250,--. Bestuurslid-secr. Joh. Jongebloed vertrok in 1936 als Hoofd der school naar Leeuwarden en werd als bestuurslid in 1937 vervangen door het Hoofd der school te Beneden-Haulerwijk Simon van Hasselt, die op last van de bezetter reeds in 1941 zijn functie moest neerleggen omdat hij jood was. (Later met zijn gezin afgevoerd naar Duitsland en nimmer teruggekeerd). In 1939 stelde Joeke Sikkes van der Mei voor een eigen bankgebouw te stichten, maar dit punt werd naar later verschoven. Voorzitter Wierd Ritsema legt op 12 april 1940 zijn functie neer om gezondheidsredenen en de nieuwe voorzitter Markus Tj. van den Berg dankt de scheidende voorzitter, die 22 jaar, vanaf de oprichting deel van het bestuur had uitgemaakt, in gevoelvolle woorden voor de beste krachten die hij aan de bank had gegeven in eerlijkheid en trouw, zonder aanziens des persoons en wenste hem toch nog een welverdiende rust.

 

Het Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht in 1936
Het Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht in 1936
Het Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht in 1936

Het Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht in 1936.
Staande van links naar rechts: L. Kok, J. Jongebloed (secr.), P. Offringa, M. Tj. van den Berg, Joh. Tj. van den Berg (R.v.T) en J. Bloem (R.v.T.). Zittend: A. van der Wal (kassier), W. Ritsema (voorzitter) en J. F. de Boer (voorzitter R.v.T.)

Ritsema overleed begin 1941. Dat de oorlogsvlam in ons volksleven was geslagen, begon men langzamerhand in het begin van de veertiger jaren goed te merken. De bezetter vorderde steeds meer vee en daardoor werden de voorschotten die waren verstrekt steeds meer afgelost. Onderhoudswerken en bemesting werden onmogelijk. Men kon niets waardevols kopen en er kwam zodoende een grote geldvoorraad bij de bank. Men kon slechts 3% van het tegoed opvorderen door de beperking die was opgelegd. Als in het bezettingsjaar 1943 het 25-jarig jubileum valt ˶zijn land en volk in grote nood", aldus voorzitter M. Tj. van den Berg en daarom werd van enige feestelijkheid afgezien. De medeoprichters L. Kok en A. v.d. Wal fungeerden toen nog toen nog altijd, en hen werd een herinnering in de vorm van een zilveren potlood en een buffetklokje aangeboden. Twee gelijke geschenkjes waren toen al niet meer te krijgen. In "Het Bruine Paard", het voormalige hotel Kok, toen van der Veen, werd de 26e Alg. Verg. gehouden op 12 april 1944. ,,Er werden geen voorschotten verstrekt omdat ze niet gevraagd werden en zodoende was er een grote toevloed van geld en het tegoed bij de Centrale Bank was tot ongekende hoogte gestegen" aldus voorzitter van den Berg, die een maand na deze uitspraak niet meer in het land der levenden zou zijn. Hij overleed 10 mei 1944. Zijn plaats werd ingenomen door Pieter Oeges Offringa. Na de bevrijding op 5 mei 1945 eiste het Militair Gezag het aftreden van die personen uit Bestuur en R.v.T. die hadden meegewerkt met de bezetter.

Naast de vacature van den Berg ontstonden er daardoor nog 2 vacatures waarin werd voorzien door de verkiezing van Feike Eeuwes Boonstra, Sietse Uithof en Jan Pebes Veenboer. Op 1 dec. 1945 kreeg Alle Egb. van der Wal, de laatste man van de oude garde, op de meest eervolle wijze ontslag op eigen verzoek en trad de nieuwe jonge kassier Berend Wolter de Vries in zijn plaats. Minister Lieftinck, zoon van de vroegere Appelschaster predikant, voerde geldzuiveringsmaatregelen door in 1945, waaraan enorm veel werk was verbonden.

De balanswaarde was toen bijna tot 2 miljoen gestegen. Eerst had de inlevering in 1945 plaats van alle honderd gulden biljetten, daarna volgden de andere betaalmiddelen en tenslotte de uitgifte van nieuwe geld-specie. De rente op spaargelden was tot 2500,-- slechts 2.16% en boven dat bedrag 1%. Op geblokkeerde gelden, waaraan men dus niet kon komen, werd ½% rente gegeven. In 1948 kwam voorzitter Pieter Oeges Offringa door een ongeluk om het leven en zijn plaats als voorzitter werd ingenomen door Feike E. Boonstra en in de vacature werd voorzien door de verkiezing van Gerke R. Vegelien.

In 1946 werd het voormalige postkantoor (Slotemaker de Bruineweg no. 6) aangekocht om er de bank onder te brengen, maar het was nog bewoond tot 1948, toen dan eindelijk de kassier met zijn gezin het ontruimde pand betrok, waarin ook het kantoor van de Coöp. Boerenleenbank werd gevestigd. De bank bestond 30 jaar en de Centrale Bank te Utrecht herdacht luisterrijk dat ze 50 jaar had bestaan. Sinds het bankgebouw in Haulerwijk-boven was geopend werd vanaf 1949 periodiek zitting gehouden te Haulerwijk-beneden. De opkomst der leden op Alg. Vergaderingen na de oorlog bleek zeer slecht te zijn, misschien een bewijs van absoluut vertrouwen.

't Nieuwe pand werd 1 mei 1960 betrokken en het pand aan de SI. de Br.weg no. 6 verkocht. Al was het jaar 1960 wel eens wat te nat, de productie leed er bij de boeren niet onder en dat was ook bij de bank het geval. Het bestuur werd in 1962 van 5 op 3 leden gebracht. In 1962 werd door Statutenwijziging de naam "Coöp. Boerenleenbank" veranderd in "Coöp. Raiffeisenbank", genoemd naar de man die had gezorgd dat er een "Raiffeisenbank" in Utrecht kwam te staan en waarbij alle "Boerenleenbanken" waren aangesloten. Het bestuur bestond in 1963 uit F. Boonstra (voorzitter), P. Wouda (secr.) en R. van Wallinga en de Raad van Toezicht uit J. Veenboer (voorzitter), R. R. van der Wal en Rinze Bosma boer op Koudenburg. Plaatsvervangende leden waren toen P. Woudstra te Bakkeveen en A. v.d. Meulen te Waskemeer. De loonexplosie die er begin van de zestiger jaren plaats vond leverde geen nadelige gevolgen op voor de bank. Crediet aanvraag overtrof verre de spaargelden. 1965 was een goed jaar, mede door de algemene welvaartsontwikkeling en de ruilvoet met de omringende landen, doch in 1966 werd het evenwicht verstoord. Lonen en prijzen stegen aanmerkelijk en op de geldmarkt heerste grote spanning. De omvang van de credietverlening was zeer groot. Bij vacatures werd vanaf die tijd dubbeltallen opgesteld door het bestuur en in 1967 werd bij vertrek van J. Veenboer in de R.v.T. gekozen A. Vermeer. In het jubileumjaar 1968, de 50e Alg. Verg. na de oprichting, sprak men niet meer over de kassier der bank, maar over de directeur, dat werd in het gehele land ingevoerd. e uit rei ing van het bankgebouw (hoek Oosterwoldsweg - Valkeniersweg) vond plaats door timmerman-aannemer Egb. Hendr. Venema en was in juli 1969 gereed.

Dit woonhuis met bankgebouw Oosterwoldseweg no. 19
Dit woonhuis met bankgebouw Oosterwoldseweg no. 19
Dit woonhuis met bankgebouw Oosterwoldseweg no. 19
Dit woonhuis met bankgebouw Oosterwoldseweg no. 19 werd betrokken op 1 mei 1960 en de bank is daar in gebruik geweest tot juni 1978.

˶Als cadeau bij het 40-jarig bestaan, der bank zou een nieuw bankgebouw een passend geschenk zijn", aldus voorzitter F. E. Boonstra in 1958 en men besloot uit te kijken naar een geschikt terrein en kocht later het nog open terrein ten noorden van de Valkeniersweg aan de Oosterwoldseweg no. 19 waar de fa. Offringa (Douwe en Germ) de nieuwe Coöp. Boerenleenbank met woonhuis voor de kassier en gezin bouwden.

Wegens het 50-jarig bestaan werd 5000,-- geschonken in 1968 aan "Stichting Zwembad" i.o. De Alg. Verg. van 1970 werd wederom gehouden in "Het Bruine Paard", niet meer bij Kok of van der Veen, van Dijken, Buist, van Hoorn of Klaas Louwes, maar bij Jan Stavast, alwaar uit directeur B. de Vries zijn rapport bleek, dat ons land een versnelde economische groei te zien gaf, waardoor het geld krapper werd en de werkloosheid teruggedrongen. Wel kwamen er inkrimping en sluiting van bedrijven voor. Toch werd er een beroep gedaan voor investeringen, waardoor de rente steeg.

Er werd in 1970 ook gestreefd naar een fusie tussen de Centrale Raiffeissenbank te Utrecht, waarbij de bank in Haulerwijk was aangesloten, en de Centrale van Boerenleenbanken te Eindhoven. Dit kreeg in 1972 haar beslag. Door deze fusie werd de naam van de bank in Haulerwijk nu "Coöp. Raiffeisen - en Boerenleen­bank W.A. te Haulerwijk" afgekort zoals het nu is "RABObank". De Centrales kregen de naam "RABObank Nederland".

P.J. Wouda moest wegens het bereiken van de maximumleeftijd die gesteld is, om als bestuurslid of lid van de R.v.T. te mogen fungeren, aftreden. A. (Bram) Vermeer deed zijn intrede in het bestuur en Linze W. v.d. Veer als lid van de R.v.T. Wouda was 27 jaar bestuurslid geweest waarvan 12 jaar secretaris. Hij ontving een bronzen legpenning.

Dan, in de vergadering van 18 aug. 1975 komt ter sprake, de aankoopaffaire inzake "Het Bruine Paard". De Rabobank kocht dit café van eigenaar Louwes en was bestemd voor de nieuwbouw van een bankgebouw. Voorzitter F. Boonstra gaf een uiteenzetting. Door de stijgende omzet was de bestaande bank veel te klein geworden. Men zocht al een tijdje naar een geschikte plek, maar die bleek er niet te zijn. Daarna is "Het Bruine Paard" aangekocht met de nasleep dat de bevolking dit meer dan 125 jaar bestaande café in het centrum van het dorp niet wilde missen voor een bankgebouw. Mede door toedoen van een commissie on­ der voorzitterschap van de toenmalige burgemeester Oosterwijk is besloten dat de veren. Plaatselijk Belang "Vooruitgang" het café kon terugkopen van de Rabobank tegen een gereduceerde prijs. Terwijl de bank het niet meer dienst doende "Groene Kruis" gebouw kon overnemen als plaats voor het nieuwe bankgebouw voor de prijs van 80.000,--. Pl. Bel. "Vooruitgang" vond toen een koper in de persoon van Pieter Fr. de Vegt en een en ander kreeg toen haar beslag, mede door de inzet van zeer velen. Het "Groene Kruis" gebouw aan de Oosterwoldseweg werd in 1977 afgebroken. In juni 1977 vond de aanbesteding van het nieuwe bankgebouw plaats.

Red. Toegevoegd

Het voormalige “Groen Kruis” gebouw.
Het voormalige “Groen Kruis” gebouw.
Het voormalige “Groen Kruis” gebouw.
Het voormalige “Groen Kruis” gebouw.
Het voormalige “Groen Kruis” gebouw.
Het voormalige “Groen Kruis” gebouw.

 

In diezelfde maand werd in "Het Bruine Paard" een Alg. Verg. gehouden, waar­ bij voorzitter F. Boonstra voor de laatste maal voor de Rabobank de voorzittershamer hanteerde, vanwege het feit dat hij zich volgens de statuten niet weer herkiesbaar mocht stellen vanwege zijn leeftijd. Zoon Eeuwe Feikes werd kandidaat gesteld als bestuurslid en in één vrije stemming gekozen. Hij werd ook de nieuwe voorzitter. Boonstra Sr. werd dank gebracht voor het vele werk dat hij vanaf 1945, dus 32 jaar voor de bank had gedaan en voor de prettige samenwerking met Bestuur en R.v.T. en hem werd als aandenken een mooi Makkumer aardewerken bord aangeboden.

In 1978 werd het nieuwe door de fa. Offringa (Piet Douwe en Piet Germ) gebouwde bankgebouw, staande aan de Oosterwoldseweg no. 3 geopend op 23 juni door burgemeester Oosterwijk. Deze stelde het buizenpostsysteem in werking en dat leverde voor de Muziekveren. "Excelsior” een cheque op van tweeduizend gulden en voor de burgemeester een persoonlijk geschenk in de vorm van een beschilderde melkbus met daarop de gevel van het gemeentehuis.

Het woonhuis met bank, Oosterwoldseweg no. 19 werd in datzelfde jaar 1978 verkocht aan de bewoner/directeur B. de Vries, die in 1983 gebruik maakte op 1 juli, van de mogelijkheid van vervroegde uittreding. Hem werd na 38 dienstjaren 1945-1983 een receptie aangeboden op 25 okt. 1983 in "Het Bruine Paard", waar hem en zijn vrouw een reischeque" naar vreemde landen" werd aangeboden.

Het op 23 juni 1978 geopende Rabo bankgebouw Oosterwoldseweg no. 3 voorzien van moderne geautomatiseerde apparatuur met 11 personeelsleden.
Het op 23 juni 1978 geopende Rabo bankgebouw Oosterwoldseweg no. 3 voorzien van moderne geautomatiseerde apparatuur met 11 personeelsleden.
Het op 23 juni 1978 geopende Rabo bankgebouw Oosterwoldseweg no. 3 voorzien van moderne geautomatiseerde apparatuur met 11 personeelsleden.
Het op 23 juni 1978 geopende Rabo bankgebouw Oosterwoldseweg no. 3 voorzien van moderne geautomatiseerde apparatuur met 11 personeelsleden.
Het op 23 juni 1978 geopende Rabo bankgebouw Oosterwoldseweg no. 3 voorzien van moderne geautomatiseerde apparatuur met 11 personeelsleden.
Het op 23 juni 1978 geopende Rabo bankgebouw Oosterwoldseweg no. 3 voorzien van moderne geautomatiseerde apparatuur met 11 personeelsleden.

Als opvolger van directeur B. W. de Vries werd ingaande 1 juli 1983 benoemd Jan van Schepen, accountant bij de Centrale Bank in de regio Groningen, wonende te Noordhorn, nu te Haulerwijk. Het huidige bestuur bestaat momenteel uit E. F. Boonstra (voorzitter), A. Vermeer (secr.) en R. van Wallinga, terwijl als leden van de R.v.T. fungeren, W. Zandberg (voorzitter), L. v.d. Veer (secr.) en H. Groen.

De Rabobank Nederland heeft in 1984 de eerste fase afgesloten, doordat alle 942 plaatselijke banken nu geautomatiseerde apparatuur hebben voor het vastleggen van mutaties in de cliëntenadministratie. Er zal tot 1988 nog fors worden geïnvesteerd in de Rabobankorganisatie. Deze organisatie is uitgegroeid tot één van de grootste Nederlandse banken met een balanstotaal van ruim 137 miljard gulden, eind 1984.

 

Red. Toegevoegd

Wachten op de laatste klanten, een uur later ging de voordeur op slot.
30-6-2014 Wachten op de laatste klanten, een uur later ging de voordeur op slot.
Wachten op de laatste klanten, een uur later ging de voordeur op slot.
30-6-2014 Wachten op de laatste klanten, een uur later ging de voordeur op slot.
Wachten op de laatste klanten, een uur later ging de voordeur op slot.
30-6-2014 Wachten op de laatste klanten, een uur later ging de voordeur op slot.

Bert van de Berg had nadien nog extra verhalen er aan toegevoegd.

Peter Wilhelm Janssen, een zeer vermogend man, die zijn geld in de tabaksverkoop voor de Deli-Mij. had verdiend, deed als sociaalvoelend mens zeer nuttig werk, vooral in Friesland. Op verzoek van de Veren. "Vooruitgang te Haulerwijk aan de heer P.W. Janssen werd door de secretaris een brief geschreven in 1899 om voor zijn rekening heide grond te ontginnen werd via de vertrouwensman van de Amsterdamse filantroop, Rindert van Zinderen Bakker (de latere wethouder van Opsterland, maar bekend als adviseur inzake landontginningen en de bouw van kleine boerderijtjes) opdracht gegeven om n Haulerwijk (beneden ) nu Waskemeer 39 ha heide grond, te kopen en deze door de arbeiders uit Haulerwijk te laten ontginnen in de tijd dat ze niet in het veen konden werken.

Via de Haulerwijkster vertrouwens mannen meester Willem Postuma en Tjibbe van den Berg in Haulerwijk gebeurde dit reeds in via een notariële acte op 5 juni 1899, in datzelfde jaar als de aanvraag en wel in de herfst van 1899 waren er al 96 man WERKZAAM VOOR (SCHRIK NIET) 75 CENT PER DAG.
Het loon lag lager dan in de zomer, omdat de dagen korter waren.

In 1901 kwam P.W. Janssen op het idee in Haulerwijk een voorschotbank op te richten, die bedoeld was om financiële hulp te bieden.
In Haulerwijk zou meester Postuma van de commissie van Bijstand (Postuma-van den Berg) de dagelijkse leiding moeten hebben, maar deze voelde daar niet voor de verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Ondanks het mislukken van de bank, werd als bewijs van vertrouwen, zowel door Janssen als van Zinderen Bakker, de Haulerwijkster Commissie toestemming, gegeven tot aankoop van 13 ha. Af gegraven hoogveen in de Weperpolder voor verdere ontginning, nu staat er een boerderij en wel Weperpolder, Rendijk no. 3. 

Bert van den Berg, sept. 1992

----------

Ook de Rabobank Haulerwijk-Waskemeer heeft gedurende deze periode een bijzonder snelle ontwikkeling doorgemaakt. Iets dat begonnen is met enkele openingsuren per week bij Alle Egb. van der Wal de kassier thuis, is uitgegroeid tot een bank waar in 1984 reeds 11 personen werkzaam waren en waar toen reeds een volledig diensten pakket werd aangeboden. Dat bewijst dat de RABObank wel met de tijd is meegegaan.
De opvolger van de directeur B.W. de Vries werd ingaande juli 1983 de heer J. van Schepen voorheen accountant bij de Centrale Bank, regio Groningen. 
Vanaf die datum kan en wil de nieuwe directeur (van Schepen) jullie natuurlijk wel verder inlichten. Dat lijkt mij het verstandigste.
Sep.    Bert van den Berg

----------

Voorvallen betreffende BOERENLEENBANK.

Zoals gebruikelijk fietsten in de twintiger jaren de bestuursleden Wierd Ritsema, Johan Jongebloed en Markus Tjibbe van den Berg vanuit Haulerwijk-boven naar beneden Haulerwijk, (nu Waskemeer) om daar in het kantoor ven de kassier van de Boerenleenbank de heer Alle van der Wal te vergaderen.  Na de vergadering werden wederom de fietsen gepakt en geprobeerd om de carbidlantaars weer brandende te krijgen. Bij twee lukt dat, maar één bleek er z.g. ˶verzopen” d.w.z. deze had te veel water gehad MEN BESLOOT HET ER MAAR OP TE WAGEN. Twee met brandende lantaarn voorop en de andere er vlak achter. Halverwege klonk uit het duister een stem "Halt afstappen. Politie”. Het bleek rijksveldwachter Meyer te zijn.Hij zei: "O, zijn jullie het." Na enige uitleg over het "hoe en waarom" zei de veldwachter “O, zit dat zo, nou stap maar weer op” en het bestuur van de bank stapte weer op en reden ieder naar zijn eigen huis.
Het bestuur van DE BOERENLEENBANK STOND SCHIJNBAAR GOED AANGESCHREVEN.

------------

Het gebeurde in de bezettingsjaren omstreeks 1943 dat de voorzitter van de bank Markus Tjibbe van den Berg van zijn huis aan de Leeksterweg naar zijn winkel aan de Norgerweg fietste en toen hij daar aankwam was hij in bleek zodat hem gevraagd werd of hij zich ziek voelde, maar dat was niet het geval.

Hij vertelde: "Ik fietste voorbij de brug (nu minirotonde) EN KWAM VOOR de ijscokar van Bijma en zag daar twee jongens met een staaf ijs elkaar insmeren (Iedere staaf kostte destijds één gulden) en hij vervolgde "enkele jaren terugkwamen de pakes op het kantoor van de kassier en zeiden: "We hebben er weer een kleinkind bijgekregen er moet maar een spaarbankboekje komen en schrijf er maar een gulden op.

Zoiets kun je niet vergeten en daarom vond ik het zo pijnlijk”. Aldus van den Berg “Men hecht schijnbaar geen waarde meer aan geld waar hun ouders en grootouders zo voor moesten ploeteren."

Bert van den Berg, Sept. 1992.